Waddenpad

In 2010 liep ik het Waddenpad samen met een kameraad. Vanuit Den Helder de oversteek naar Texel en daarna al wandelend eilandhoppen naar Vlieland en Terschelling. Een pracht van een tocht met een grote variëteit aan natuur: bossen , weilanden, strand, zee, het wad en de duinen wisselen elkaar af. Op Terschelling aangekomen speelde het theaterfestival Oerol een steeds grotere rol. Meer informatie over de wadden vindt u op Startpagina



De tocht begint met de overtocht van Den Helder naar Texel. Vanaf het station Den Helder is het eerst een kilometer wandelen naar de haven voor de korte overtocht. Aan boord maar vast een kaart van Texel gekocht, dit naast de vrij volledige routebeschrijving die ik via de site van het ANWB-blad “Op Pad” had gedownload. Meeuwen begeleiden onze korte vaartocht en al snel is de haven van Texel in zicht.


Vanaf de boot slaan we rechtsaf. De eerste kilometers gaan langs de waddenkant. Het is bewolkt, zonnig weer met weinig wind en dus lekker lopen op de strakke rechte dijk waarop Texelse schapen grazen. We komen na enkele kilometers aan in eerste dorp op de route Oudeschild.


Texel staat bekend om de Texelse wol. De eerste twintig kilometer van de route voert ons door het “grazige” deel van Texel. Vroeger vond ik dit deel van het eiland niet zo mooi maar als je er wandelend doorheen trekt ontdek je dat het in werkelijkheid bijzonder fraai is en heel mooie plaatjes kan opleveren.


Oudeschild gelegen achter de dijk. Vroeger meerde de veerboot af in dit schilderrijke dorp maar inmiddels ligt de veerhaven een kilometer of 5 verderop. Bekend om z’n oude geveltjes, z’n monumentale molen “De Traanroeier” en het oude witte kerkje. Oudeschild is ook de thuishaven van de Texelse Noordzeekotters die in het weekend te bewonderen zijn.


Bij Oudeschild verlaten we de dijk en wandelen door de binnenlanden richting Den Burg, een leuk toeristisch aandoend plaatsje. Als we over “de Hoge Berg” komen (een aardige bult in het landschap) hebben we zicht op een typische Texelse Schapenboet. Deze boeten werden niet gebruikt voor de schapen want die zijn winterhard maar voor de opslag van hooi en gereedschap. De Schapenboeten zijn bijna niet meer in gebruik en om te voorkomen dat ze helemaal verdwijnen staan er een aantal op de monumentenlijst.


Onderweg naar De Koog waar we onze tent zullen opslaan op een camping in de duinen, worden we overvallen door een zware bui met onweer. We zijn er tegen gekleed maar het hoost zo ontzettend dat we toch niet alles droog houden. Gelukkig klaart het weer op en ’s avonds drogen onze kleren op de camping en kijken we naar een fraaie zonsondergang boven het duinlandschap.


We staan nog maar net in de duinen of we krijgen al bezoek van een fazant. Eerst zie ik een mannetje en later op de avond een moeder met 2 jongen. We zullen deze trip nog menigmaal fazanten tegenkomen. Vooral het mannetje is met zijn fraaie kleuren schitterend om te zien.


De volgende ochtend gaan we bij paal 20 het strand op, het is eb en we wandelen op het stevige gedeelte van het strand vlakbij de branding. We zijn vroeg in het seizoen en treffen bijna verlaten stranden waar je heerlijk rustig wandelen kunt.


Dat het seizoen nog niet begonnen is bewijst deze beide foto. Keurig in gelid wachten de blauw-witte strandhuisjes op de badgasten die binnenkort zullen komen. Zo fraai in gelid vormen ze een dankbaar ritmisch object voor mijn camera. Als fotograaf zoek je altijd naar een dergelijke ritmes. Vaak vind je ze bij toeval zoals in dit geval ook.


Na een kilometer of vijf bereiken we een doorbraak in de duinen: De Slufter. In 1851 ontstaan door een zeer zware storm samen met nog twee doorbraken die inmiddels weer dicht zitten. Men is de waarde gaan inzien als bijzonder natuurgebied, het is een ideale stek voor vogels en ook de vegetatie is bijzonder onder invloed van het zoute water dat regelmatig in het gebied doordringt. (o.a. veel lamsoor die in juli/augustus de vlakte lila kleurt)


Als we na de Slufter en een stuk duinlandschap het strand weer opkomen is de rode vuurtoren in zicht. Uiteindelijk bereiken we de groen uitgeslagen golfbreker die de overgang tussen de Noordzee en de Waddenzee markeert en we lopen richting de vuurtoren. De vuurtoren is te bezoeken en geeft vanaf 45 meter een mooi uitzicht. En dan te bedenken dat zich in noordelijke richting tussen deze toren en de Noordpool alleen maar water bevind.


Het is 9 juni, de dag van de 2e kamer verkiezingen. Ik heb een stempas opgehaald en moet na de wandeling vanaf de camping opnieuw een uurtje aan de wandel om in De Cocksdorp een stembureau te vinden. Onderweg tref ik de bus die me gratis afzet in de Cocksdorp, de chauffeur waardeert zo het feit dat ik lopend op zoek ben gegaan naar een stembureau. Ik ben op die manier één van die mensen die er voor zorgt dat de eilanden opkomsten noteren die soms hoger dan 100% zijn.


Met de veer “De Vriendschap” steken we de volgende ochtend over naar Vlieland. Het regent, dus verblijven we in de gezellig ogende kajuit van dit veer. De veer brengt uitsluitend toeristen over die per fiets of wandelend vanuit Texel een dagje Vlieland willen doen. ’s Morgens vertrekken en ’s avonds weer ophalen. Omdat het nog geen hoogseizoen was mochten wij ’s ochtends toch mee, maar in het hoogseizoen mag dat dus niet. Wel iets om rekening mee te houden, in het hoogseizoen mag je, als je op doorreis bent, uitsluitend mee met de laatste boot van de dag want die haalt leeg de laatste toeristen op van Vlieland.


Aan de overkant op Vlieland wacht ons de Vliehorsexpres. Deze zware truck zet ons 10 kilometer verderop bij de uitspanning “Het Posthuys” af want wandelen of fietsen op de Vliehors is niet toegestaan. Dit is militair gebied en oefenterrein voor vliegtuigen. De Vliehors is een onmetelijk brede zandvlakte met alleen sporen van trucks en militaire voertuigen zoals een oude tank die waarschijnlijk als doel voor de vliegtuigen dient. Voor de rest is het één grote verlaten vlakte. Aan het einde van de vlakte steken we een duin over en komen weer in de bewoonde wereld.


Als ik het grootste verschil tussen het strand van Texel en dat van Vlieland moet aangeven dan zijn dat de golfbrekers. Bij Texel zag ik er maar 1, precies tussen de Noordzee en de Waddenzee en op Vlieland zag ik ze om de 100 meter langs het strand. Op de golfbrekers natuurlijk veel zeevogels.


Bos is het andere verschil met Texel. Alhoewel Vlieland klein is (onze wandelafstand over dit eiland is maar 13 kilometer) gaat onze wandeling toch deels door een naaldbos dat een beetje aandoet als de Veluwe. Op Texel zijn we eigenlijk nergens door een bos gewandeld.


Als we het bos uitkomen is de vuurtoren het eerste gebouw dat we tegenkomen. Totaal anders geplaatst dan de vuurtoren van Texel, namelijk op het hoogste duin (Vuurboetsduin) aan de rand van het dorpje Oost-Vlieland en dus niet pal aan het strand. Doordat de vuurtoren op deze duin staat is deze aanmerkelijk lager dan die van Texel. De vuurtoren van Vlieland is 18 meter hoog en die van Texel 45 meter.


En dan opeens zitten we al op Terschelling. We hadden op Vlieland willen overnachten en ’s morgens met de boot naar Terschelling gaan maar er bleek geen boot te gaan de volgende ochtend. We zouden dan een dag moeten wachten, maar konden wel diezelfde avond om 19.00 uur mee. Direct gedaan dus.. En dan staan de campings opeens wel vol vanwege Oerol… Stonden we op Texel alleen op het trekkersveldje, nu staan we scheerlijn aan scheerlijn. Maar op de één of andere manier allemaal in goede harmonie. Oerolgangers gaan op een zeer positieve manier met elkaar om!


De volgende morgen starten we dus op West Terschelling. Het is behoorlijk mistig en de Brandaris is amper te zien. Is het in het dorp nog erg druk, direct als we de bossen in lopen wordt het stil, we zullen de eerste 15 kilometer bijna niemand tegenkomen. Oerol speelt zich elders op het eiland af. Zelfs op zo’n propvol eiland kun je uren stil wandelen!


Als we het bos uitkomen moeten we in noordelijke richting een kilometer of vier door de duinen wandelen richting de zee. Een schitterende wandeling waarbij we het drassige rietland vermijden, met half overwoekerde paadjes en prachtige velden met wilde orchideeën. We zien dus niemand… de mensen weten niet wat ze missen… zo mooi!


Op het strand aangekomen volgen we de kustlijn weer over een lengte van 10 kilometer. Op alle stranden kom je soms kleurige objecten tegen. In feite is het afval, stukken van netten etc waar mensen ware kunstobjecten van weten te maken. Toch heeft dat iets wrangs waar ik onlangs las dat vissen erg veel hinder ondervinden van ronddrijvende netten. Er worden zelfs complete schoonmaakactie onder water op touw gezet want door die rondzwervende netten sterven heel wat onderwaterdieren.


Gelukkig spoelen er ook normale zaken aan. Veel schelpen natuurlijk, een klein kreeftje en zelfs een kleine dode haai zagen we. Maar het mooiste wat ik als amateur strandjutter zag was gewoon een stuk dood hout maar dan wel zeer fraai gevormd (zie foto). Zoals het daar lag had het wel iets van een krokodil. Het was me te groot om mee te nemen maar het zou een fraai object zijn. Ik doe het dus maar met een foto.


We starten onze laatste etappe en wandelen vanuit Lies richting Hoorn en volgen daar het pad dat de bosrand scheidt van de duinenrij. Als het bos ophoudt volgen we het graspad en later een fietspad tot we weer bij het Noordzeestrand aankomen.


We combineren nu wandelen met Oerol en dat brengt ons op een schitterende zonnige dag in een prachtige duinpan van waaruit een theatergroep ons actief betrekt bij hun uitvoering. Ik was er wel blij mee want ik had anders nooit die schitterende duinpan gezien.


Via het strandpaviljoen “Heartbreak Hotel”, qua inrichting één van de leukste paviljoens van de Wadden bereiken we de Boschplaat. Langs de rand van de Boschplaat bij paal 19 lopen we in de richting van de Waddenzee. Bij de beklimming van een bunker in de duinen nabij paal 19 treffen we een venster dat een fraai uitzicht geeft over dit natuurgebied. We zijn al meer van deze gele raamwerken tegengekomen met daarin afbeeldingen maar dat is met zo’n fraai uitzicht niet nodig. De natuur is de kunst!


Uiteindelijk komen we op een dijk die ons dicht bij de Waddenzee brengt. Vlak voor het einde van de dijk buigen we af en wandelen in de richting van Oosterend. Wel toepasselijk het eerste dorpje op Texel (Oudeschild) dat we tegenkwamen en Oosterend liggen aan de Waddenzee, verscholen achter de dijk.
Het Waddenpad zit er op en we kunnen nog een extra dag genieten van de combinatie Terschelling en Oerol.


Een aparte ervaring om ’s avonds om half elf naar een theatervoorstelling te kijken in het open veld. De sfeer is goed, mijn dochters zijn ook op Oerol en we kijken gezellig samen, de opgebouwde tribune zit vol en de voorstelling is prima. Toch word ik afgeleid doordat het zo koud is. Overdag was het toch redelijk goed weer maar ’s avonds daalt de temperatuur tot minder dan 10 graden en dan is een uur stilzitten lang. Iedereen was ook dik ingepakt en had dekentjes, men is het gewend bij Oerol.


De laatste dag gaan we al fietsend over het eiland, ondertussen allerlei Oerol voorstellingen bekijkend. Terugfietsend vanaf West Terschelling fietsen we langs het wad. Het is eb en alles is drooggevallen. Dat levert dan toch weer andere beelden op, beelden die ik tot op dat moment niet gezien had. De boten liggen op het droge, het anker kan binnen en de touwen opgeslagen al is het maar voor even.


Met de vuurtoren van Harlingen nemen we afscheid van deze eilandentocht. We zijn weer terug op het vaste land.

Meer info over de wadden kunt u vinden op: http://wadden.startmenus.nl

Comments are closed.