Tour du Muverans

September 2009. De vaste groep trekt weer naar de Alpen. Dit keer wordt de Tour du Muverans gelopen. Een prachtig berggebied oostelijk van het meer van Genéve en op de rand van Wallis van waaruit je schitterende uitzichten hebt op de besneeuwde toppen in Wallis met onder andere de Mont Blanc. Het gebied is overwegend groen. De eerste twee dagen hebben we gelopen met wat minder weer met de tweede middag zelfs bar slecht weer maar daarna schitterend weer en heerlijke uitzichten en dan zijn de mindere dagen snel vergeten en is die bar slechte middag zelfs een avontuur geworden.

Karakteristiek van de tocht:


Dag 1 met auto naar Ovrannaz, parkeren bij skilift. Om 15.30 uur met de lift omhoog naar 1900 m. Daarna 2 1/4 uur wandelend omhoog naar Cabane Rambert op 2600 meter
Dag 2 van Cabane Rambert naar Refuge Giacomini. 2600 – 1500 – 1900 (-/- 1100 +400) Acht uur onderweg.
Dag 3 Van Refuge Giacomini naar Cabane de la Tourche, 950 omlaag en 1300 omhoog. via Col des Perris Blancs (2550) Negen tot elf uur onderweg. Beklimming col des Perris Blancs is lang maar mooie klim.
Dag 4 van Cabane de la Tourche naar Cabane de Fenestral 900 omlaag en 1150 omhoog. 10 uur onderweg in rustig tempo.
Dag 5 Cabane de Fenestral naar Ovrannaz afdalen naar auto 550 m. 2 3/4 uur.


Schitterend gewoon, je loopt nog geen uur in het gebied en je wordt al geconfronteerd met een paar prachtige steenbokken. Dat is pas echt genieten. Camera op statief en proberen dichtbij te komen. Een paar dagen later beklim ik na een dagtocht nog even een topje achter de laatste hut, de Cabane de Fenestral, net over het topje komend sta ik oog in oog met een jonge steenbok. De bok schrikt net zo hard als ikzelf.


Om 15.00 uur arriveren we na 10 uur autorijden in het plaatsje Ovronnaz op 1400 meter hoogte. Wijs geworden van eerdere tochten toen we het laatste uur in het donker moesten lopen besluiten we eerst de lift omhoog te nemen naar 1900 meter. Vandaar moeten we nog 700 meter omhoog naar de eerste hut, de Cabane Rambert een eenvoudige hut met lager en een simpele maaltijd.


,Soms is het een straal zonlicht dat opeens een topje doet oplichten of de ondergaande zon die alles in brand zet, soms een fraaie boomstronk met warme kleuren, of mooie alpenbloemen in een verder stenige vlakte en soms alleen maar een paar witte laaghangende wolkjes die aandacht vragen. De bergen zijn steeds weer anders maar vervelen nooit. Zelf word ik altijd heel stil als ik ergens op een topje zit met om mij heen alleen stilte en de witte toppen van de bergreuzen.


En soms is het een fraaie herkenbare vorm van een rots die je aandacht trekt.


Dag 2. Onder slechte weersomstandigheden beginnen we aan dag 2. De route gaat van de Cabane Rambert via Derborence naar de hut in Arzeinde. De ochtend valt het nog mee, zwaar bewolkt maar toch droog lopen in een op zich mooie afwisselende omgeving, maar tegen de middag begint het zacht te regenen. Vanaf 2600 meter eerst afgedaald naar 1500 meter en dan weer 400 meter omhoog naar een hoogvlakte. Op die hoogvlakte moeten we nog een uur verder om bij de volgende hut te komen. Tijdens de klim van 400 meter begint het hard te regenen en eenmaal op de hoogvlakte is het worstelen tegen de wind, regen en hagel. Beschermende kleding zet weinig zoden meer aan de dijk en doornat arriveren we in de hut.


Dag 3. Van Anzeinde naar de Cabane de la Tourche. Het mooie weer zet in. In de nacht is de neerslag nog even doorgegaan maar dan in de vorm van sneeuw. Een zeer lichte sneeuwdeken bedekt de omgeving. Een uurtje of 10 lopen met 950 meter dalen en 1300 meter omhoog naar de Spartaanse maar druk bezette hut de la Tourche. Deze zeer oude hut, vroeger een militaire uitkijkpost zal een week later gesloten en afgebroken worden, in mei 2010 moet dan een geheel nieuwe hut de la Tourche af zijn.


Die ochtend vertel ik mijn wandelmaten wat over de reis die ik een maand daarvoor in Kyrgyzstan maakte (zie elders op deze site). Ook moest ik uitleggen wat nu precies een joert was. Groot was onze verbazing toen we enkele uren verder opeens een tweetal jourts in het Zwitserse landschap zagen staan. Ze worden gebruikt als slaapplek voor groepen. Beeldender kan ik het niet uitdrukken natuurlijk.


Eenmaal aan de top gekomen worden we begroet door een groepje gemsen. We lopen inmiddels regelmatig in de wolken ondanks het toch wel fraaie weer. Scherp wordt de afdeling ingezet, we verdwijnen weer in de wolken om er opeens weer uit te komen en in de verte een stuk lager, met het meer van Genéve op de achtergrond, de hut de la Tourche te zien liggen.


Dat de hut de la Tourche vroeger een militaire uitkijkpost was is niet verwonderlijk. De uitzichten zijn prachtig, men kan zeer ver kijken. Naar beneden toe ziet men het dal met het meer van Genéve liggen en de bergen rondom zijn goed te observeren, we leven hier in het grensgebied. Italië en Frankrijk zijn buurlanden waar je, als je de Tour du Mont Blanc loopt (een route rondom het Mont Blanc massief) doorheen komt.


Dag 4 Van de Cabane de la Tourche naar de Cabane de Fenestral. Dit is qua weer verreweg de mooiste dag. Helemaal onbewolkt kunnen we genietend door het landschap lopen. Op grote afstand de besneeuwde toppen en zelf nemen we zo nu en dan ook een topje mee. En onderweg is het heerlijk relaxed pauzeren met dit weer.


Tja, en mannen onder elkaar toch? Aan het einde van elke dag hard werken wacht in de hut een heerlijk biertje. En als zich in dat biertje op een bankje in de zon voor de hut ook nog de bergen reflecteren kan er niets meer mis.


Een mooie serie foto’s (zie ook hoofdfoto boven aan) tijdens de laatste afdaling van 900 meter terug naar Ovronnaz. We kijken op de Muverans, een indrukwekkend kale berg op deze hoogte De nietigheid van de mens in die grote machtige bergen komt op deze foto mooi tot uiting. Jeroen verwondert zich over het machtige landschap en vormt zo een dankbaar onderwerp voor mijn camera.

Comments are closed.