Schobertour

September 2008, we lopen weer onze traditionele huttentocht. Het Hohe Tauern gebied, een prachtig natuurpark in het zuiden van Oostenrijk is het doel. Natuurlijk doen we dan ook een overnachting in de enige Nederlandse berghut in de Alpen de Wangenitzseehütte. De rit er naar toe is erg lang dus we maken een tussenstop in Zuid-Duitsland.


Geplande tocht:
Dag 1 tussenstop in Zuid-Duitsland. Lopen vanuit Pfronten naar de Ostlerhutte. Ongeveer 1000 meter omhoog, 3 uur lopen.
Dag 2 Via Aggenstein (1980) terug naar auto, 4,5 uur rijden naar Lienz. Middag vanaf parkeerplaats (1686) naar Wangenitzseehutte.(2508m) 2 3/4 uur lopen
Dag 3 Wangenitzseehutte – Nossbergerhutte, korte tocht via Gradenscharte van 2508 via 2803 naar hut op 2488 m. Scharte via kabels. 3 uur lopen. Kan ook via lange route om de berg heen.
Dag 4 Nossbergerhutte – Hochschoberhutte. van 2488 afdalen naar 1977 (Lienzerhutte) daarna via Hochschober (3240) naar Hochschoberhutte op 2322 m.
Dag 5 terug naar auto
Tocht verloopt totaal anders door bijzondere omstandigheden.


De rit naar het Hohe Tauerngebied is lang dus we besluiten in Zuid-Duitsland tegen de Oostenrijkse grens te overnachten. Auto op de parkeerplaats en ongeveer 900 meter omhoog naar de Ostlerhütte. Het regent zachtjes maar gelukkig blijkt het achteraf de enige regen te zijn die we zullen krijgen. Het weer wordt daarna voortreffelijk. Het blijft een prachtig gezicht op de grens van Duitsland en Oostenrijk. Aan de ene kant kijk je uit over het vlakke land van Duitsland en de andere kant geeft je een blik op de Oostenrijkse bergen. Het huttenleven is direct weer vertrouwd. Een groep radiozendamateurs die ter plekke aan het experimenteren is maakt er een feest van en de huttenwaard laat de Schnapps regelmatig rondgaan.


Zeer dominant aanwezig in deze omgeving is de Aggenstein, een berg van ongeveer 2000 meter hoog. We kijken tegen een zeer indrukwekkende helling aan (foto 3). Ik heb de berg via de Oostenrijkse kant al eens beklommen maar deze helling is toch wel even wat anders. Zigzaggend en zeer steil gaat er een klein paadje vlak langs de steile afgrond omhoog. Tijdens het ontbijt de volgende ochtend kriebelt het. Ik wil omhoog en dan via dat pad aan de andere kant weer terug naar de auto. Jeroen wil wel mee… Samen gaan we omhoog…. gek… als je op het paadje loopt ervaar je helemaal niet dat je vlak langs de afgrond loopt. Boven gekomen is het echt genieten!! Ruig blokkengebied met op de achtergrond het vlakke land van Duitsland.


Dieren in de bergen, het levert mooie plaatjes op. We genieten van de eerste gems die we zien deze huttentocht. Koeien en schapen zien we natuurlijk ook voldoende, ja sterker zelfs op een gegeven moment worden we kilometers lang gevolgd door een groepje schapen. We horen later dat deze schapen aangetrokken worden door de zoute lichaamsgeur die wij via onze bezwete lichamen verspreiden. Als je niet oppast wordt je door die schapen van de berg afgedrukt in hun pogingen om iets van dat zout mee te pikken.


De Wangenitzseehütte was de eigenlijke reden om naar dit gebied toe te gaan. Als patron van de TUKHUT, de andere hut van de NKBV in de Ardennen, moest ik natuurlijk wel eens op bezoek gaan in “onze” hut in de Alpen. Later in de week kom ik in gesprek met de huttenwaard(in) van de Lienzerhütte die me als lid van de NKBV meteen aanspreekt op het feit dat de NKBV de Wangenitzseehütte wil afstoten. In het hele Hohe Tauerngebied wordt dit zeer betreurd, men is bang dat het aantal Nederlandse wandelaars sterk zal teruglopen en de Nederlanders zijn geziene gasten in dit gebied.
De rit er naar toe duurt langer dan we dachten. Verkeerde tijdsplanning met de extra klim naar de Aggenstein deze morgen. Pas na vijf uur beginnen we aan de klim van 900 meter omhoog naar de hut. Jan en Bert redden het niet voor donker binnen te zijn en moeten het laatste deel van de beklimming hun weg zien te vinden in het donker.


Onderweg naar de Nossbergerhutte, we kiezen voor de oversteek via de Gradenscharte, van 2508 via 2803 naar hut op 2488 meter. Het is een pittige afdaling naar de hut via kabels en in de rots ingebrachte ijzeren treden. Bert waagt zich er niet aan en neemt de lange route om de berg heen.


Het gebied is mooi… ruig… gemeen zo nu en dan…werken…steile hellingen… afgronden. Ik mis alleen zo nu en dan de besneeuwde toppen waar ik zo van houd. Maar het is een prachtig natuurgebied, zeer de moeite waard om te bezoeken.
En dan… op een eigenlijk eenvoudige klim waar niemand dat verwacht raakt onze beste kaartlezer Bert zoek. Achteraf blijkt hij niet opgelet te hebben op een afsplitsing van ons pad en is op een ander pad doorgegaan. Uren later komt hij weer boven water in een hut ver achter de volgende berg. We hebben er dan al een intensieve zoektocht opzitten waarbij Jeroen en ik 2 keer de complete middagroute hebben afgelegd en waarbij we in het donker tijdens omweer uiteindelijk weer terug komen in de Lienzerhütte. Ik ben echt dolblij dat hij weer boven water is ook al moet hij in een andere hut overnachten. We maken per telefoon afspraken waar we elkaar de volgende dag weer zullen zien. We hebben ervan geleerd…. belangrijk in de bergen is het om elkaar in het zicht te houden en niet te ver uit elkaar te gaan lopen. Overkomt ons niet weer.


De volgende morgen lopen wij via de lage route opnieuw naar de Hochschoberhütte. Het plan is om vervolgens opnieuw de route van gisteren terug te lopen naar de Lienzerhütte zodat we Bert, die vanuit zijn hut terug zal lopen op de kruising waar hij fout liep weer kunnen oppikken. Dat lukt allemaal en ’s avonds zijn we weer verenigd in de Lienzerhütte.


De laatste afdaling naar de parkeerplaats. We dalen vanaf de Lienzerhütte fraai af door de bossen en keren ondanks alles tevreden terug naar huis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *