Peru

In 2010 bezocht ik een aantal meer en minder bekende Inca ruïnes in de Heilige Vallei en volgde daarna oude Incapaden in het Vilcabamba gebergte op zoek naar verborgen Incasteden. Het Vilcabamba gebergte en de Vilcabamba vallei waren het laatste bolwerk van de Inca’s tegen de Spanjaarden. Op de hoofdfoto de Inca ruïnes van Machu Picchu.

De presentatie op deze site bevat een sfeerimpressie met een beperkt aantal foto’s. Wilt u na het lezen meer foto’s zien van deze reis klik dan op de volgende link: foto’s Peru


Na een tussenlanding en een overnachting in Lima vliegen we over de Andes naar het vliegveld van Cusco. Het uitzicht op de besneeuwde toppen van de Andes is adembenemend. Een voorproefje van wat ons te wachten staat. Over een paar dagen, als we voldoende geacclimatiseerd zijn, lopen wij door die bergen met het uitzicht op de besneeuwde toppen. Maar voor die tijd bezoeken we per bus en trein, mede voor het acclimatiseren, de Heilige Vallei waarin ook enkele Inca ruïnes zijn gelegen.
Cusco zelf is zeer de moeite waard. Meer daarover vindt u onder de rubriek stedentrips.


Een kilometer of 30 buiten Cusco ligt het plaatsje Pisac. Boven het stadje liggen de Inca ruïnes van Pisac. Zeer opvallend aan deze ruïnes is de uitgebreide terrascultuur. De steile hellingen zijn door de Inca’s helemaal ingericht met terrassen. Deze terrassen zijn steeds maar een paar meter breed en dan met stenen gestut ga je ongeveer een meter naar beneden voor het volgende terras. Tijdens de trektocht die ik maak zal ik ontdekken dat complete bergwanden zo ingericht zijn geweest, vaak zijn ze nu compleet overwoekerd door bos en kost het moeite om de oude terrasstructuur te herkennen, maar bij deze ruïne liggen de terrassen helemaal vrij en zeer goed zichtbaar. In de Incaperiode had men uitgebreide pakhuizen vol voedsel en was er aan eten geen gebrek.


Bouwen konden ze die Inca’s En dat zonder zwaar gereedschap en met grote stenen. Verbazingwekkend hoe ze dat allemaal goed op de plaats kregen. En men stapelde niet zomaar wat stenen, maar deed dit zodanig ingenieus dat de bouwsels bijna volkomen aardbevingbestendig waren. Met allerlei hoeken en uitsteeksels grijpen stenen precies in elkaar en dat geeft een zeer stevig verband. De muur op de foto laat dit goed zien.


Ik heb in mijn dagelijkse leven nogal wat met bouwen, renoveren etc. van doen. Van daaruit heb ik ook regelmatig van doen met constructeurs, architecten en dergelijke. Er moeten toch wel heel wat van dat “soort” mensen rondgelopen hebben toen de Incasteden gebouwd werden.


In westelijke richting verder gaand door de Heilige Vallei komen we met de bus uit bij het grote fort Ollantaytambo. Vanuit dit fort sloegen de Inca’s met succes een aanval af van de Spanjaarden. De verovering was toen al langer gaande en men had eindelijk leren terugvechten. Een lange steile trap brengt je naar de gebouwen boven op de berg. Van daaruit kijk je uit over het dorp met zijn druk bezochte marktje. Opvallend op de tegenoverliggende berg zijn de twee gezichten die vroeger door de Inca’s uitgehouwen zijn (zie foto) en die bij bepaalde rituelen een functie hadden. Eén van de gebouwen bovenaan was ook de (nooit afgebouwde) tempel van de zon.


Vanuit Ollantaytambo gaan we de volgende ochtend door met de trein naar Machu Picchu, de meest bekende Inca ruïne (zie ook hoofdfoto). Zeer indrukwekkend dit werelderfgoed. De terrascultuur is ook hier zeer uitgebreid en veel archeologen denken dat van hieruit een constante stroom cocabladeren naar Cusco ging. Machu Picchu heeft veel hoogwaardige religieuze architectuur en de hedendaagse opvatting is dan ook dat Machu Picchu voornamelijk een plaats was van spirituele en ceremoniële betekenis.


Als bergwandelaars konden wij het natuurlijk niet laten om ook de montana Machu Picchu te beklimmen. De meeste toeristen doen dat niet maar vanaf die top valt goed te zien dat Machu Picchu redelijk goed verscholen in de bergen ligt. Bedenk daarbij dat het totaal overwoekerd was en het is dus niet verwonderlijk dat deze schuilplaats pas in 1911 ontdekt werd. Je moet nu op de foto al goed kijken om Machu Picchu te zien liggen (uitvergroten door op de foto te klikken). Met het bezoek aan Machu Picchu sloten we het acclimatisatietraject voor onze bergwandeltocht af. De bergen lonken. Onderstaand een impressie, zowel van Machu Picchu als van de Andes.

Na nog een dag Cusco start onze trekking. Na uren rijden met de nodige avonturen, lopen we eindelijk. We zijn meteen omringd door besneeuwde toppen. De paarden met alle bagage inclusief de keukentent etc. passeren ons voor de eerste keer. De start is op 2800 meter hoog en na een kleine daling van 100 meter wandelen we een kilometer of 8 langzaam omhoog naar 2900 meter om vervolgens te dalen naar 1850 meter. Een dikke 1000 meter omlaag dus. Doordat we laat in de middag gestart zijn redden we dat niet bij daglicht dus het laatste deel van de wandeling lopen we op de hoofdlampen.


In het totaal lopen we ongeveer 2 1/2 week door de Andes. Niet elke dag zal ik weergeven want soms gebeurt er weinig en ben je alleen maar fysiek bezig met de volgende berg. Jammer was het wel dat de afdaling op het einde het Amazonegebied in richting Espiritu Pampa (het laatste Inca bolwerk tegen de Spanjaarden) niet door kon gaan vanwege landverschuivingen waardoor paden en complete bruggen waren weggeslagen. Dat betekende dat we het laatste deel op advies van de paardenmannen nog verder de Andes in zouden trekken met opnieuw een aantal pasoversteken van 4000 tot 4500 meter om vervolgens op een andere plek het Amazonegebied in te gaan. Die route was wel begaanbaar. Pakte erg goed uit moet ik zeggen!


Direct op dag 2, nadat we eerst 1500 meter omhoog gegaan zijn komen we aan bij de eerste echt verborgen Incastad Choquekirad. Midden in wat je bijna oerwoud kunt noemen heeft men deze stad ontdekt en op het moment dat wij daar waren werd er nog druk gewerkt aan de blootlegging daarvan.


Vlakbij Choquekirad sloegen wij ons tentenkamp op. Daarvoor konden we een eind verderop midden in het bos gebruik maken van een vrijgemaakt Incaterras. Je kon het bijna niet zien maar vroeger was die hele helling vol met deze terrassen.


Hoe steil de hellingen waarop deze Inca terrassen soms lagen, laat deze foto zien. Ver in de diepte zie je de rivier stromen en het onderste gedeelte van de foto laat de terrassen zien.


Bij de blootlegging van een deel van de terrassen van Choquekirad trof men ook Lama-afbeeldingen aan. Bijzonder fraai en treffend weergegeven. Zelfs van een simpele terrasafbakening wist men iets moois te maken.


In dit tentenkamp bleven we een extra dag staan om goed de Incaruïnes van Choquekirad te bewonderen. De middag daarvan heb ik vooral benut met het spotten van enkele kolibri’s. Ik had er in Machu Picchu ook al één aangetroffen maar hier kon ik er eens voor gaan zitten. Echt scherp kreeg ik ze niet voor de lens maar ik was toch wel redelijk tevreden met het resultaat. Natuurlijk trof ik ook andere vogels zoals een wat kleurige variant op onze huismus en zwaluwen.


Na deze rustige dag is het weer werken geblazen. Eerst vanaf 2850 meter stijgen naar 3200 meter om vervolgens af te dalen naar 1900 meter. Nadat we een rivier waren overgestoken moesten we op de tegenoverliggende berg weer omhoog tot 3000 meter waar ons volgende kamp lag. Op zo’n dag leg je dan 12 lengtekilometers af, stelt niks voor maar dan wel bijna 1500 meter omhoog en 1300 omlaag en daar ben je dan de hele dag mee bezig.


De ene helling daal je af via een droge zanderige helling en dan beklim je de tegenover liggende helling en waan je je in een vochtig Amazonegebied. Een grote variatie aan landschappen. We sloegen ons kamp op 3000 meter hoogte op naast de privé woning van de paardenhoofdman zoals ik het maar noem. Deze man verzorgde alle transport, stuurde de paardenmannen aan, zette het kamp op etc. Zijn 19 jarige dochter liep trouwens ook mee, zij was hulpkok. Ze woonden op een prachtige locatie omringt door bergen. Alleen… er liep alleen maar een voetpad naar toe. Zeer afgelegen dus. Een kleine nederzetting waar 3 of 4 gezinnen bij elkaar wonen.


De eerste top van meer dan 4200 meter hoog wordt bereikt. Prachtig weer, wolkenluchten en zon, sneeuw op de toppen. Al vrij snel klinkt voor het eerst de kreet “CONDOR” Majestueus vliegt deze reusachtige vogel hoog boven ons. Zijn vleugels kunnen een spanwijdte bereiken van wel 3 meter. Jammer genoeg komt’tie niet echt dichtbij maar het is en blijft een prachtig gezicht.


De afdaling die volgt is spectaculair op sommige plekken. Een smal pad vlak langs een loodrecht naar beneden lopend ravijn. Hoogtevrees is iets dat je beter niet kunt hebben op dit soort plekken.


Zoals een wagen onderhoud nodig heeft zo hebben ook onze paarden onderhoud nodig. In een volgend kamp waar we ook een dag extra verblijven, plaatsen de paardenmannen diverse nieuwe hoefijzers. Een smid is er niet bij maar deze mannen hebben hoefijzers in alle maten bij zich en redden zich prima. Een dagje rust om de spieren te ontspannen is prima, vooral door het mooie weer. Rustig een uurtje naar een grote waterval wandelen, bloemen fotograferen, even kijken bij een paar Peruanen die het land aan het bewerken zijn, etc. De paarden hebben ook een dagje rust en grazen langs de waterkant.
Die avond krijgen we een maaltijd voorgeschoteld die op traditionele Peruaanse wijze is klaargemaakt. Ik maakte een fotoserie van de manier waarop deze maaltijd klaargemaakt werd die u onderstaand kunt bekijken maar zal het geheel ook beschrijven. Twee dagen ervoor wordt er een schaap geslacht en in stukken gesneden meegenomen op de volgende wandeldag. Tijdens de rustdag beginnen de paardenmannen al vroeg met het bij elkaar zoeken van stenen om een soort oventje te bouwen. In het oventje wordt een vuurtje gestookt dat de hele middag blijft branden zodat de stenen gloeiend heet worden. De schapenbouten worden ondertussen in de keukentent gekruid en verder klaargemaakt. Aan het einde van de middag gooit men de aardappels in het gloeiende as en verspreidt de gloeiende het stenen een beetje. De schapenbouten worden er daarna ook in lagen opgelegd, telkens afgedekt met de stenen. Als alles er op ligt wordt het geheel afgedekt met stro wat ongetwijfeld de smaak ook nog zal beïnvloeden. Daarna doet men er laagjes karton overheen en dat geheel dekt men af met een stuk plastic. Daar overheen gaat aarde zodat er een soort uitvergrote molshoop ontstaat. Je ziet dan niet dat binnen in die hoop een grote warmte moet heersen. Ook de rook blijft binnen die molshoop en zal de smaak beïnvloeden. Na een uur wordt het zand, het karton en het riet verwijderd en worden de schapenbouten en de aardappels meegenomen naar de keukentent. Wij krijgen even later een stuk schapenbout en wat aardappels uitgeserveerd op borden (aardappels ziet men daar trouwens als groente). Smaakt heerlijk. De Peruanen zelf eten zich bij de keukentent ondertussen klem aan de schapenbouten. Net zo veel als ze hebben willen, want dat is voor hen het grote feest.

Na nog 2 dagen wandelen bereiken we het hoogste punt van de route, een pasoversteek van meer dan 4600 meter, de Aba de Choquetacarpo. Zeer indrukwekkend is de beklimming van 1000 meter die we moeten nemen om op de top te komen. Ik ken veel mooie bergpaden maar dit door de Inca’s aangelegde pad slaat alles. Een prachtig met stenen belegd pad. Hoe ze die daar allemaal kregen is me een raadsel. Zeer indrukwekkend.


Op de top aangekomen volgt er een ceremonie. Iedereen heeft van een lagere helling een steen meegenomen en die wordt op de top geplaatst zodat er een steenmannetje ontstaat. We krijgen een bekertje met een rood drankje en iedereen die zijn steen legt giet er een beetje drank overheen. Al proostend drinken we nadien de rest op terwijl onze gids volgens de oude Inca rituelen de goden dankt voor onze behouden aankomst op deze top.


Na de afdaling wandelen we 2 dagen door de Vilcabamba vallei. Voor het eerst zien we weer een iets bredere weg en voorwaar zelfs een vrachtauto. Het landschap verandert, meer boerenbedrijven, meer landbouw. Na 2 dagen wandelen we naar het Andesdorpje Huancacalle binnen dat op 2850 meter hoogte ligt. Na het bereiken van deze plaats zouden we afdalen in het nu onbegaanbare Amazonegebied. We zijn benieuwd naar het alternatief alhoewel we al weten dat dit weer een aantal pittige pasoversteken van boven de 4000 meter zal opleveren. Maar eerst een dagje rust in Huancacalle.


Sommigen beslissen om een dicht bij het dorpje liggende Inca ruïne te bezoeken maar ik kies er voor om een dagje te lezen, het dorpje te verkennen een wasje doen zoals de Peruaanse vrouwen op de foto.
Leuk was te zien hoe men het openbare vervoer regelde. Een vrachtauto deed de achterklep open, men betaalde de chauffeur een paar Sol, instappen en een plekje zoeken om je schrap te zetten, achterklep dicht en rijden maar over de hobbelige zandwegen.


En dan gaan we de bergen weer in. De alternatieve route. De paardenmannen weten inderdaad goed de weg en hebben de afstanden redelijk goed ingeschat. De hoogtes konden ze wat minder goed inschatten. Men dacht aan 2 pasoversteken van rond de 4000 meter maar uiteindelijk liepen we zelfs op één dag meerdere pasoversteken van hoger dan 4500 meter achter elkaar. Maar ook dalen waar boeren een bestaan probeerden op te bouwen. Mooi gevarieerd landschap al met al. Regelmatig donkere wolken maar meestal blijft het droog. Koud is het daar boven vaak wel. ´s Avonds kruip je graag om 8 uur je slaapzak in om het warm te krijgen.


Na enkele dagen dalen we af uit de bergen. Het landschap begint te veranderen, we dalen af in het Amazonegebied. Zwaar bebost, werkelijk prachtige bloemen, adembenemende uitzichten. Dan merk ik dat ik wel heel lang daar boven in de bergen bezig ben geweest. Genieten weliswaar, geen moment vervelend geweest, maar ik ben toch wel echt een mens van de bossen. Schitterend!


Vlinders, vogels, mooie watervallen en noem maar op. We moeten afdalen van 4500 naar 2100 meter maar doen er lang over want we lopen bijna constant met het fototoestel in aanslag. Als we dan eindelijk na 2 dagen beneden zijn worden we door 2 busjes opgepikt en naar Santa Teresa gebracht op ongeveer 1800 meter. De trekking zit er op! We hebben een prachtige tocht gelopen door Incagebied. En ondertussen las ik ’s avonds vaak in een boek over de Inca’s zodat ik een beetje kon volgen wat er vroeger gebeurd moest zijn in de omgeving waar ik liep. Ik volgde de Inca’s!


In Sante Teresa kan ik eindelijk weer in een gewoon bed kruipen. Wel lekker na al die weken in de tent. De slaapkamer heeft 2 open wanden, in feite slapen we dus overdekt in de buitenlucht. Prachtig wakker worden ´s morgens. We blijven daar 2 dagen en verbazen ons over een soort kever die met duizenden maten een deel van de dag een oorverdovende herrie maakt. Daar moeten die mensen elke dag in leven!


In één dag rijden we daarna terug naar Cusco waar we ook nog een dag zullen blijven en genieten van een gezamenlijk afscheidsdiner. De volgende ochtend vroeg vliegen we naar Lima. We moeten tot ’s avonds wachten op onze verbinding naar Schiphol dus verkennen we een paar uur Lima, zien het wisselen van de wacht bij het paleis, bekijken de grote drukte in deze wereldstad, bezoeken een indrukwekkende kathedraal en ik kom dan toch tot de conclusie dat ik de bergen en de oude Incasteden mooier vind.

One Response to Peru

  1. Elise Sanders says:

    Wat een prachtige reis lijkt me dit, helemaal top. U schrijft werkelijk boeiend en in mijn zoektocht naar een (wandel)reis in Peru kom ik via andersreizen.nl terrecht op deze site. 5 jaar geleden heb ik een tocht in de Himalaya gemaakt en volgend jaar wil ik graag naar Peru, maar niet in de supertoeristische gebieden. Dit lijkt me echt geweldig.
    Zou ik mogen weten waar u deze reis heeft geregeld? In Peru zelf? of in Nederland?

    Graag hoor ik van u,
    met vrindelijke wandelgroet,
    Elise Sanders