Madeira

Het vulkanische eiland Madeira (=houteiland) staat vooral bekend vanwege de bloemenpracht. Maar vergist u zich niet, het berglandschap van Madeira met een gemiddelde hoogte van ongeveer 1200 meter en toppen van boven de 1600 meter kent weliswaar geen zware onherbergzame gebieden maar is wel degelijk geschikt voor leuke bergwandelingen.Het wandelen langs bloemrijke levada’s…. de bergen met als hoogste top de 1861m hoge Pico Ruivo…. de droge oostelijke punt van het eiland… en de zee is altijd in de nabijheid.

De presentatie op deze site bevat een sfeerimpressie met een beperkt aantal foto’s. Wilt u na het lezen meer foto’s zien van deze reis klik dan op de volgende link: foto’s Madeira

Madeira draagt met trots de naam bloemeneiland, alhoewel de letterlijke vertaling van Madeira dus houteiland is. Dit komt omdat Madeira bij de ontdekking in 1419 door Portugese ontdekkingsreizigers volledig bedekt was met bomen. Van orchidee naar hortensia; van gladiool naar agapanthus. Noem maar op. Liefhebbers van bloemen kunnen hier hun hart ophalen. Van lelie naar viooltje, van geranium naar fuchsia. Al die verschillende kleuren in een bosrijke bergachtige omgeving zijn de kenmerken die het wandelen op Madeira bijzonder maken.


Levada’s zijn kenmerkend voor Madeira. Het zijn betonnen kanaaltjes van zo’n 60 cm diep waarlangs het water, dat van de bergen komt, gereguleerd naar beneden komt. Het noordelijk deel van het eiland krijgt veel meer water te verwerken dan het droge zuidelijke deel. De levada’s dienen er dan ook voor om het water van het natte noordelijke deel naar het droge zuidelijke deel te transporteren.


Daarbij verdwijnen de levada’s zo nu en dan in de berg en moeten wandelaars vaak gebukt, met de hoofdlamp op, het smalle pad naast de levada door de berg heen volgen.


Met toppen tot boven de 1600 meter kun je als bergwandelaar ook redelijk uit de voeten ook al lijkt erg bergpad geplaveid. Gelukkig waren er zo nu en dan ook nog delen te vinden waar bergpaden nog bergpaden waren en waar gewerkt moest worden voor de hoogtemeters. Op één dag na, waar harder gewerkt moest worden, waren het allemaal lichte wandelingen. Nou kwam mij dat goed uit want ik had een achillespeesblessure en mocht geen zware trekking doen, daarom had ik deze reis ook geboekt. En gelukkig, ondanks dat ik niet echt werd uitgedaagd was er veel te genieten, prachtige uitzichten waarbij vooral de combinatie bergen en zee me aanspreekt.


Carros de cestos, oftewel mandenslee; ze worden bestuurd door twee carreiros in witte kleding en een Madeirese strooihoed. Vanuit het plaatsje Monte kun je een tocht bergafwaarts met deze slee maken naar het plaatsje Livramento en soms willen ze wel eens doorgaan naar Funchai de hoofdstad van het eiland. Vroeger was het een regulier vervoermiddel maar inmiddels is het een puur toeristische attractie geworden. Bijzonder zijn wel de laarzen van de carreiros, de zolen zijn gemaakt van autobanden, dit om te kunnen bijsturen vanachter de slee. Vroeger werd de slee getrokken door paarden en ossen maar rond 1850 werden de manden aangepast om door mensen bestuurd te kunnen worden.


De oostelijke punt van het eiland is totaal anders dan de rest van Madeira. Geen bloeiende bloemen hier, geen bomen maar droge kale rotsen en grotendeels verdord gras. Dit komt doordat deze punt van het eiland veel minder regen krijgt en gemiddeld gezien ook een paar graden warmer is dan de rest van het eiland. Als variatie op de bloemen en bomen is dit natuurlijk heerlijk voor een dagje, vooral als je met het warme weer ook nog even de zee in kunt op een verlaten standje…. nou ja verlaten… even later kwam er een bootje met bouwvakkers aan die wat specie kwamen brengen voor een trap, iets wat sommige zwemmers die geen zwempak meegenomen hadden en toch het water in wilden, wel in verlegenheid bracht.


Wandelstokken vragen nog wel enige uitleg hier op dit eiland. Opvallend is dat de stok een stuk langer is dan werkelijk nodig is. De levada’s zijn daar de oorzaak van. De bodem van de levada ligt zo’n 60 cm dieper dan het pad naast de levada. De stok wordt dan ook in het water gestoken als steun bij het wandelen langs de levada’s.


De Eucalyptus is een veel voorkomende boom op het eiland. Deze boom is eind 18e eeuw ingevoerd om de kaalslag op het eiland tegen te gaan. De boom groeit erg snel, een gezonde boom kan wel 5 meter per jaar in lengte toenemen. Door die snelle groei kan de Eucalyptus toch in de behoefte aan hout tegemoet komen.


Zonsondergangen op een mooie manier fotograferen… daarvoor heb je de zee nodig. “De zon in de zee zien ondergaan” Het levert weer heel andere beelden op dan b.v. van de late avondzon die nog net een topje van een berg op laat lichten. Zee en bergen samen, zoals op dit eiland mogelijk is, is dan ook een prachtige combinatie waarvan ik genoten heb. Verwacht alleen geen zandstranden zoals we die in Nederland kennen, Madeira heeft uitsluitend rotsachtige stranden.


“Santanahuisje” Her en der op het eiland is nog als een soort toeristische attractie zo’n piepklein huisje te vinden maar de moderne bewoner van Madeira heeft inmiddels echt wel wat meer ruimte om zich heen.


Grote steden vindt men er niet. Funchai de hoofdstad kent wel aardig wat bezienswaardigheden en musea. Ook heeft Madeira wel wat aardige dorpjes die het bekijken waard zijn. Veel tijd hebben we daaraan niet besteed, immers bloemen… bergen… en zee hielden ons bezig


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *