Everesttrek in Nepal

In 2003 wandelde ik de Everesttrek in Nepal. Ik had me aangesloten bij een groepsreis georganiseerd door HT-wandelreizen (www.htwandelreizen.nl) De groep bestond uit ongeveer 15 personen, een Nederlandse reisleider en enkele Nepaleze gidsen. De trektocht van 21 dagen begon in Jiri, kende veel pasoversteken en kwam uiteindelijk uit op de Kala Pattar op meer dan 5600 meter hoogte.

De presentatie op deze site bevat een sfeerimpressie met een beperkt aantal foto’s. Wilt u na het lezen meer foto’s zien van deze reis klik dan op de volgende link: foto’s Nepal


Het wandelen van zo’n trektocht vraagt veel conditie. Gedurende die 21 dagen zijn we in het totaal 10 kilometer gestegen, hoogtemeters dus en 8 kilometer gedaald. Daarbij zijn we in het totaal 8 passen overgestoken. Gemiddeld wandelden we ongeveer 5 tot 6 uur per dag, in het totaal ongeveer 110 uren wandelen, pauzes niet meegerekend. Vaak kwamen we ’s middags tussen 3 en 4 uur aan in de volgende lodge zodat je nog even tijd had om de lodge en het plaatsje te verkennen. Zoals deze foto’s laten zien zijn pasoversteken in Nepal altijd rijkelijk voorzien van Nepalese gebedsvlaggetjes.


Ongelooflijke hoeveelheden kilometers leggen dragers af met zware lasten tot wel 30 kilo op de rug, alles gedragen met een band die ze om het hoofd dragen. Vaak met niet meer dan alleen badslippers aan hun voeten waar wij zware bergschoenen dragen. Alle transport van dorp naar dorp gaat grotendeels via deze dragers. Pas als het boven de 3000 meter komt worden ook Yaks ingezet. De zitstok die beide dragers in de hand hebben functioneert als wandelstok en als stok om op te zitten of, als ze moeten wachten om onder hun last te zetten om zo wat verlichting te krijgen. Kinderen worden al vroeg getraind om zo’n mand met een band om hun hoofd te dragen. Ondanks de gebrekkige schoenen en andere materiaal bereikten ze meestal hogere snelheden dan wij als groep dat deden. Onze eigen dragers waren elke dag eerder over dan wijzelf.


Het verblijf in lodges was primitief maar goed. Toiletten waren meestal gaten in de grond met een hokje eromheen. Om te douchen werd er water verwarmd op het vuur en in een vat boven op een douchehokje gegoten. Daarmee kon je douchen. Het eten in de lodges was goed alhoewel ik voor de zekerheid nooit vlees nam. Drinken op de tocht is zeer belangrijk vooral om hoogteziekte te voorkomen. Veel water mee en als we een lodge passeerden werd al vrij snel een “big pot of black tea” besteld.


Onderweg veel uitingen van het Boeddhisme, Waarvan sommige erg waren vervallen. Dit laatste was met name het geval in gebieden die onder controle van Maoisten stonden. Kloosters, kapelletjes veel gebedsstenen etc. Dergelijke uitingen moeten altijd links gepasseerd worden. Het bijwonen van een Boedhistische dienst is een mooie ervaring, met de openheid van het Boeddhisme is het bijwonen van zo’n dienst in één van de kloosters goed mogelijk.


De eerste week reis je door een heuvelachtig terrein met een gemiddelde hoogte van 2500 tot 3000 meter waar terrasvormige hellingen overheersen. Langzaam wordt het daarna steeds hoger tot je op een gegeven moment voor het eerst in de verte de besneeuwde top van de Mt. Everest in het oog krijgt. Ondanks het wat lagere gebied moet je toch veel stijgen en dalen met soms verschillen van 1000 meter per dag. In dit gebied tref je ook geheel andere vegetatie dan als je hogerop komt. Er wordt veel verbouwd op de terrassen o.a. gerst en rijst, maar ook bananenbomen kun je er tegen komen.


Veel brugoversteken in Nepal. Meestal zijn het hangbruggen, dat zijn populaire bruggen in Nepal. Vanzelfsprekend weer vaak voorzien van de bekende Nepaleze vlaggetjes. De bruggen konden best wel wat hebben maar om nu te zeggen dat ze oerdegelijk waren… nee, dat bepaald niet. Maar het is wel spectaculair als je midden op zo’n bewegende hangbrug naar beneden kijkt en dan de bergrivier onder je ziet. En kijk altijd eerst de hele brug af want als er een yak onderweg is op de brug kun je maar beter even wachten.


Mooie dorpjes onderweg op het eerste deel van de route. Omdat er op dat deel van de route weinig toeristen zijn, die zie je pas in grote aantallen na het vliegveld Lukla dat halverwege ligt, trekken we toch wel de aandacht van de bewoners. De meeste overnachtingen zijn in zo’n dorpje. Ook veel kleurrijke vrouwen onderweg. De mannen zijn sober gekleed maar de vrouwen vaak heel kleurrijk. We liepen een tijd op met 2 Nepaleze vrouwen die al dagen onderweg waren. Soms ook armoedige tafereeltjes, maar over het algemeen gemoedelijke en vriendelijke mensen.


Op een gegeven moment tijdens het eerste deel van de trek passeerden we een rode poort met 2 vlaggen er op. Van onze gidsen kregen we de waarschuwing vanaf nu niet te nadrukkelijk te fotograferen en vooral rustig te blijven. We betraden Maoïstisch gebied. De gidsen en dragers werden voorzichtiger en angstig en daar was ook alle aanleiding toe. Ik zag kinderkampen waar behoorlijk gedrild werd etc. De streek werd ook meteen veel armoediger, alles zag er verwaarloosd uit. Alhoewel we geen tol zouden hoeven te betalen onderweg werden onze gidsen daar wel toe gedwongen in dat gebied.


We zijn nu boven de 3000 meter gekomen. Vanaf hier komen we Yaks tegen. Yaks zijn prachtige beesten om te zien. Behandel ze wel met ontzag. Yaks lopen met hun drivers gewoon over het pad waar iedereen loopt. Qua lasten kunnen ze meer dan het dubbele aan van een menselijke drager. Yaks worden niet alleen ingezet als lastdier, zo bezocht ik o.a. een Yakkaasmakerij en de uitwerpselen van Yaks worden geraapt, platgeslagen op stenen om ze te laten drogen waarna de poep in plaats van hout als brandstof wordt gebruikt.


De Yak-kaasmakerij mochten we bezichtigen. Het leek van een afstand een oude vervallen boerderij. Er werd druk gewerkt aan het bereiden van de kazen. Bij de kaasmakerij hoorde zelfs een klein laboratorium of wat daar voor door mocht gaan. En alhoewel het binnen ook donker en somber was, oogde de bereiding wel redelijk hygienisch en we namen dan ook met een gerust hart een flink stuk Yak-kaas mee voor ’s avonds in de lodge.


Vrij snel nadat we het Maoïstische gebied hebben verlaten passeren we Lukla, het vliegveld in de bergen waar veel toeristen die de korte Everesttrek gaan lopen worden ingevlogen met kleine vliegtuigen. Wij zijn dan al bijna 2 weken onderweg. Het wordt veel drukker onderweg en aan het einde van de dag komen we aan in Namche Bazaar, een zeer druk en toeristisch bergdorp met o.a. een Tibetaanse markt. Het is de eerste en enige keer dat we onderweg een terrasje kunnen pakken, inkopen kunnen doen ja zelfs door een heuze winkelstraat kunnen lopen met allerlei winkels met snuisterijen.


Het 2e deel van de trektocht die start vanaf Namche Bazar (3500 meter) voert je naar het hogere deel van de trektocht. Groot voordeel van de tocht tot op heden is dat je al redelijk geacclimatiseerd bent en dus minder snel last zult krijgen van hoogteziekte. Wel zul je je snelheid aan moeten passen aan de hoogte en veel blijven drinken. Het landschap wordt woester en meer onherbergzaam. Het levert wel prachtige beelden op. Hiervoor ben je dus omhoog gegaan.


Na nog weer een extra acclimatisatiedag in Namche Bazaar waarop we even zijn gestegen naar 4000 meter om daar een fraaie view op de Everest te bezoeken gaan we weer op weg. Tengboche met zijn klooster is het volgende eindpunt. Een bijzonder fraai klooster. Onderweg er naar toe komen we al een Bouddhistische monnik tegen. We wonen een dienst bij in Tengboche en bekijken het zeer fraai onderhouden klooster.


In de lente staat Nepal bekend om zijn bloeiende Rododendrons. Hellingen vol in fraaie kleuren. Wij wandelden op een gegeven moment door een rodondendronbos met bomen van wel 10 meter hoog. Veel hoger dan de rododendrons die je bij ons over het algemeen aantreft. In Nepal zijn het echt bomen en in Nederland meer struiken. Alleen… wij deden het in de herfst en dan spreken ze minder aan. Gelukkig heeft de herfst ook schitterende kleuren zoals deze foto laat zien. Fraaie herfsttinten tegen de achtergrond van soms heldere blauwe luchten en besneeuwde toppen.


De schoolgaande jeugd. In Nepal dragen alle schoolgaande kinderen uniformen. De kinderen op deze foto kwamen uit de bergen om in een lager gelegen dorp naar school te gaan. Jas aan over het blauwe uniform, rugzak om, fles drinken voor onderweg en dan naar school wandelen. Voor het verkeer hoeven ze echt niet bang te zijn. Een werkelijk prachtig gezicht om de kinderen zo uitgerust de bergen uit te zien komen.


Zo langzamerhand komen we boven de boomgrens uit. Die grens ligt wel een stuk hoger dan b.v. in de Alpen. De landschappen zijn nu een stuk kaler, alhoewel de herfstkleuren nog wel behouden blijven in de lage struikjes. Dingboche heet het plaatsje waar we verblijven.


De Chu Kung. Voordat we definitief de 5000 meter overschrijden doen we eerst nog een acclimatisatiewandeling vanuit Dingboche op ongeveer 4300 meter hoogte. We wandelen richting de Chu Kung Ri, niet met de bedoeling helemaal tot de top te gaan maar de mogelijkheid is er wel. Met nog enkele anderen besluiten we door te gaan om de top te bereiken. De vermoeidheid is wel groot op deze hoogte van pakweg 5600 meter. Ik blijf met nog één dame over. Zij wil de Chu Kung zelf op. Hoogte ongeveer 5800 meter. Alhoewel ik dat niet zie zitten besluit ik haar niet alleen te laten gaan. Op ongeveer 5700 meter hoogte kom ik van vermoeidheid ten val dreig de diepte in te gaan, dan vinden we het allebei wel mooi geweest en keren we terug.


Op de foto’s hiernaast overschrijd ik de een pas op 5000 meter hoogte nabij Gorak Shep. Op de achtergrond zie je een gedenkteken voor een bekende Sherpa die daar verongelukt is. Even verderop arriveerden we in het hoogste dorpje van de route. Nepalezen die hun hele leven op 5000 meter hoogte doorbrengen. Hun lichaam heeft zich daaraan aangepast. Zelf vond ik het bepaald niet fijn om op deze hoogte te moeten slapen. Dat lukte ook niet zo goed meer. Buiten was het wit geworden. Waar we de hele reis goed weer hadden begon het op deze hoogte te sneeuwen.


Die nacht heb ik weinig tot helemaal niet geslapen. De volgende ochtend voel ik me dan ook helemaal niet fit. Het weer is slecht, het sneeuwt, bijna geen zicht. Dubben… gaan we nu wel of niet de Kala Pattar op. Zelf heb ik het wel een beetje gehad na het avontuur op de Chu-Kung ri maar anderen willen het toch proberen. Met een paar man besluiten we maar weer af te dalen naar het kamp op 4500 meter hoogte en uiteindelijk komt de hele groep terug. De Kala Pattar wordt vanwege het slechte weer definitief niet bereikt.


We dalen weer af en zijn twee dagen later weer terug in Namche Bazaar. Daar blijken we precies op een Nepaleze feestdag te zijn aangekomen. Nepal kent aardig wat feestdagen. Ook wij deelden in de feestdag. voordat we in het dorp gaan kijken naar muziek en dans krijgen we een stip op ons voorhoofd en een slinger omgehangen. De dames krijgen van de gidsen een cadeautje. In het dorp veel dans en muziek en kleine kinderen krijgen overal wat lekkers.


Na nog een dag lopen zijn we in Lukla van waaruit we het vliegtuig zullen nemen dat ons terug moet brengen naar Kathmandu. We nemen afscheid van de dragers die weer helemaal terug zullen lopen naar Jiri, daarna kijken we uit over een zeer kleine land- en startbaan en stappen in het kleine vliegtuig dat met zeer veel snelheid de korte startbaan afroetst en net voor het einde de lucht in gaat. De trekking zit er op.
Natuurlijk mogen een aantal dagen Kathmandu niet ontbreken als je Nepal bezoekt. Voor een presentatie van deze stad kunt u kijken onder de categorie stedentrips.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *