Baronnenpad Enschede

Enschede was in vroegere tijden een echte textielstad.Bekende textielfamilies waren o.a. de families van Heek, Menco, Jannink, Ter Kuile, Blijdenstein en Scholten.Zelf woonden deze families op omvangrijke landgoederen in het buitengebied van Enschede.De textielbaronnen zoals ze in de volksmond genoemd werden waren vaste klant van de landschapsarchitect Dirk Wattez (1833-1906) (en later ook zijn zoons Pieter en Constant). Wattez ontwierp de meeste landgoederen. Vóór 1880 was er in Twente nauwelijks bos meer. De fabrikanten zijn begonnen met de bosaanplant. Blijdenstein op de Welle al in 1835. Blijdenstein richtte ook de Heidemij op. Voor de “normale” bevolking werden in opdracht van de textielbaronnen ook de 2 grote parken (Volkspark en het van Heekspark) ontworpen. Enschede dankt aan dit feit zijn prachtige bosrijke omgeving. De meeste van die landgoederen zijn inmiddels voor wandelaars ontsloten via het wandelnetwerk Twente, een knooppuntenroute die je in staat stelt die landgoederen afzonderlijk in kleinere of grotere wandelingen te verkennen. Via deze “Landgoederenroute Textielbaronnen Enschede” worden de diverse landgoederen en enkele in de nabijheid liggende natuurgebieden zoals het Buurserzand en het Aamsveen aan elkaar geknoopt tot een doorgaande route. Getracht zal worden de routebeschrijving met kaarten en wetenswaardigheden als boek uit te geven maar in ieder geval is het binnenkort al met kaarten en routebeschrijving beschikbaar als PDF. Via de presentatie op deze site wordt een impressie gegeven van wat u kunt verwachten.



De “Landgoederenroute Textielbaronnen Enschede” is 123 km lang. Waar mogelijk is op de kaarten en in de beschrijving ook aangegeven waar je in en uit kunt stappen met behulp van het openbaar vervoer. Vanzelfsprekend kun je ook afzonderlijke delen lopen met behulp van het wandelnet Twente, op internet te vinden via www.wandelenintwente.nl . Een landkaart daarvoor is via de VVV’s te kopen.


We beginnen vanuit Station Drienerlo en wandelen een stuk nieuwe natuur in. Het gebied tussen Hengelo en Enschede heeft een nieuwe aanblik gekregen. Het project heet Kristalbad. De naam is afkomstig van het zwembad, dat vroeger in de buurt lag. Het Kristalbad is een uniek project, omdat het een oplossing biedt voor en te grote waterafvoer van Enschede naar het lager gelegen Hengelo, een natuurlijke waterzuivering, een ecologische verbinding tussen Driene en Twekkelo en de behoefte aan meer recreatie. Er zitten al veel watervogels en ik registreerde ook al een groep van 13 ooievaars dat daar langere tijd verbleef.


We steken de Hengelosestraat over en wandelen het terrein van de golfclub Driene op. Na enige tijd komen we op het eerste landgoed dat we aandoen. Het landgoed Drienerlo. Dit landgoed was tot aan de oorlog bezit van de fabrikantenfamilie Lasonder, ook een textielfabrikant. De laatste erfgenaam was echter een aanhanger van het Nationaal-Socialisme. Na de oorlog werd het landgoed onteigend door het rijk en aan de gemeente Enschede overgedragen voor 1 gulden. Met het landgoed als extra wapen heeft de gemeente Enschede de Universiteit Twente binnen weten te halen. Het werd de eerste echte campusuniversiteit van Nederland. De Universiteit heeft er steeds voor gezorgd dat het unieke karakter van het landgoed behouden bleef. Het is een gebied met veel waterpartijen en prachtige bomen.


Natuurlijk ontkom je niet aan veel gebouwen op zo’n campusterrein, waar wonen, werken, leren en leven hand in hand gaan. Maar de gebouwen zijn goed ingepast in het landschap en op veel plekken vind je ook fraaie kunstwerken zoals de verzonken toren van de kunstenaar Wim Schippers, op de foto in winterse omstandigheden afgebeeld.


Direct naast het landgoed Drienerlo ligt het landgoed Wageler. Waar de naam ‘Het Wageler’ oorspronkelijk vandaan komt is niet duidelijk. Rond 1500 stond zo’n 100 meter ten oosten van het Koetshuis een boerderij Erve ’t Wageler. In vervallen toestand is de boerderij begin 1900 afgebroken. Als een mantel omarmt landgoed ‘Het Wageler’ (46ha) het Abraham Ledeboerpark (Ook Ledeboer was een textielfabrikant). Het Wageler is te herkennen aan een kleinschalige afwisseling van akkers, graslanden, houtwallen, bosjes, boerderijen, beken en ruigten. Op het landgoed en in het Ledeboerpark zijn monumentale bomen te vinden.


Via een waterwingebied komen we aan bij Hof Espelo. Dit landgoed werd al in 1215 in een bul van paus Innocentius III genoemd en bleef lang kapittelgoed van de Sint Pieter in Utrecht. Over het landgoed stromen meerdere beken die ontspringen bij het buurtschap Lonneker. Het landgoed bestaat uit een stelsel van lanen, waarbinnen bossen en landbouwgronden elkaar afwisselen. Op het landgoed vindt u ook het bezoekerscentrum Het Koetshuis van het landschap Overijssel.


Bijna op het einde van Hof Espelo komt u door het Sterrebos. Het Sterrebos werd in het begin van de 20e eeuw aangelegd naar ontwerp van landschapsarchitect Wattez. De bospercelen worden verdeeld door een regelmatig sterpatroon van acht lanen, omvat door een min of meer regelmatig carré van lanen. Als laanbeplanting treffen we eik en beuk aan. Deze beuken zijn speciaal gekweekt op heel verticaal omhoog gaande zijtakken. Als bodembegroeiing komen ondermeer diverse varensoorten en bosbes voor. Het bos wordt doorsneden door een tweetal beken.In het midden komen de acht lanen bij elkaar met op de koppen rodondendrons. Dit is niet goed te fotograferen vandaar dat ik vanuit het midden van de ster een filmpje rondom heb gemaakt.





De geschiedenis van het Lonnekermeer is relatief jong en bewogen. In het midden van de achttiende eeuw werd voor het eerst de eeuwigdurend lijkende rust op de natte heidevelden in het noorden van de marke Lonneker verstoord. De textielindustrie kwam tot ontwikkeling. De bedrijvigheid kwam in een stroomversnelling nadat in 1860, pal ten noorden van het huidige Lonnekermeer, de spoorlijn Almelo-Salzbergen gereed kwam. De snelle spoorverbinding naar de steenkoolmijnen in Duitsland, bracht de ontwikkeling van de Twentse industrie goed op stoom. Al gauw klaagden de bedrijven over het oponthoud, veroorzaakt door de treinen op de destijds nog gelijkvloerse kruisingen. Een sterke lobby ontstond om het spoor in knooppunt Hengelo voortaan over een hoog talud te leiden. Zo kreeg de metaalstad al snel zijn tweede station op een talud. We schrijven het jaar 1903. Waar al het noodzakelijke zand vandaan kwam? Precies. Uit een nauwelijks benutte uithoek van de gemeente Lonneker, vlak langs het spoor. De zandwinning leverde twee meren op van respectievelijk tien en zes hectare. Het landgoed Lonnekermeer was geboren!


In het geval van het Lonnekermeer geen opdracht van een textielbaron maar van een Hengelose metaalboer. De familie Stork gaf architect Karel Muller opdracht ontwerpen te maken voor een villa, boerderij en boswachterswoning. De heidevelden werden omgeploegd tot landbouwgrond of beplant met productiebos waarin douglas en lariks overheersen. Landschapsarchitect Sprenger mocht de omgeving van het huis aanpakken. Een groot gazon verscheen, in Engelse landschapsstijl en omgeven met groepen eiken en beuken.
Het landgoed is in deze route opgenomen omdat de aanleiding voor het graven van beide meren voortkwam uit de ontwikkeling van de textiel in deze streek.


Nadat we de tweede invalsweg richting Enschede (Deurningerstraat) hebben overgestoken komen we aan bij Landgoed het Holthuis. Dit is een oud landgoed waar loof- en naaldbos, gras en bouwland elkaar afwisselen. De Deurningerbeek doorsnijdt het landgoed in de lengterichting. Tot aan de spoorlijn heeft de beek een natuurlijk karakter, meanderend met schoon water en overwegend natuurlijke oeverbegroeiing. Natuurlijk is er wel veel aan gegraven in de loop van de eeuwen maar op dit moment oogt de beek erg natuurlijk. Centraal op het landgoed bevindt zich boerderij ’t Holthuis. De opstallen en vier woningen zijn eigendom gebleven van het fabrikantengeslacht Ledeboer. De Postweg waaraan het landgoed ligt, was tot anderhalve eeuw geleden de drukste verkeersader van de regio. Op de foto is op de achtergrond de spoorlijn te zien die aanleiding was om het Lonnekermeer te graven.


Het landgoed de Lonnekerberg is ontstaan in de negentiende eeuw toen textielfabrikant Albert Jan Blijdenstein vele hectaren schrale heide aankocht en er geulen en wallen aanlegde om het gebied te ontwateren. Dat laatste is op de route ook nog goed te zien. Hij liet er bomen planten, voornamelijk naaldhout. Tegenwoordig wordt er voor gezorgd dat het loofhout dat hier van nature voor komt, steeds beter zijn kans krijgt, zodat er een gevarieerder bos ontstaat. Het gebied is rijk aan wild zoals reeën, vossen en boommarters en is ook een zeer vogelrijk gebied.


Na de Lonnekerberg wandelen we het dorp Lonneker binnen, een van de weinige dorpjes die we aandoen. De marke Lonneker was vroeger vele malen groter qua oppervlakte dan de stad Enschede maar alle grond is langzamerhand naar de grote stad gegaan. De meeste nieuwbouw in Enschede kent dan ook niet gemeente Enschede als kadastrale aanduiding maar gemeente Lonneker. Lonneker is een goede plek om te vertoeven. Een leuk dorpsplein met kerk en diverse horecagelegenheden en op dat dorpsplein de kleinste expositieruimte van Nederland, namelijk een urinoir aan de zijkant van de kerk. Even opzoeken! Als we bijna door Lonneker heen zijn steken we de derde uitvalsweg over (Oldenzaalsestraat) en gaan richting de Lonnekermolen (foto).


Landgoed Hooge Boekel. De familie Van Heek was na 1880 langzamerhand de grootste fabrikantenfamilie op textielgebied in Twente geworden. Al in 1780 startten zij een onderneming in textiel, die aan het begin van de 20e eeuw uitgroeide tot een welvarende handel. Evenals andere textielbaronnen liet de familie een landhuis bouwen in het buitengebied van Enschede, op het landgoed Hooge Boekel. Herman van Heek wilde een statig huis in de stijl van de oude Twentse havezaten. De tuin liet hij al voor de bouw van het huis aanleggen door tuinarchitect Wattez. Deze ontwierp een geometrische tuin, waarin de plaatsing van het huis al werd bepaald. De keuze voor een architect viel op het bureau Van Nieukerken, een architectenfamilie uit Den Haag. Het eerste ontwerp van de familie Van Nieukerken uit 1923 beoogde een huis in neoclassicistische stijl met torens. Door de slechte naoorlogse (1e wereldoorlog) economische situatie (beurscrash in de dertiger jaren) werd de bouw van het huis twee jaar uitgesteld. Bij aanvang werden de torens uit het ontwerp geschrapt, waardoor het huis niet langer als kasteel aandeed, maar als een vierkant statig huis.Het huis is nu in handen van een Enschedese ondernemer.


Landgoed De Bonekamp”, genoemd naar erve De Bonekamp, kent een fraaie theekoepel gebouwd in opdracht van Herman van Heek. Oorspronkelijk hoorde de koepel bij het landgoed De Hooge Boekel. De koepel is uitgevoerd in neo-Louis XIV stijl en is geïnspireerd op een koepel aan de Vecht. De koepel ligt op de overgang van bos- naar landbouwgrond, aan de Bonekampweg.


Vanuit landgoed Bonekamp wandelen we richting het Haagse Bos. Dit was vroeger een productiebos. Bomen werden er geplant voor de houtproductie. Dankzij de inzet van boswachters van Natuurmonumenten is het Haagse Bos nu een meer natuurlijk bos. Spechten hebben er hun intrek genomen en in het voorjaar hoor je prachtige vogelconcerten van zwarte mezen, kuifmezen en vuurgoudhaantjes. Bovendien kun je nu zomaar reeën of hazen tegen het lijf lopen! Het Haagse bos staat bekend om de paddenstoelen. In de herfst zie je de kleuren van vele paddenstoelen, waaronder de ‘rood met witte stippen’ vliegenzwam. Het landgoed staat ook bekend om de vele tamme kastanjes.


Landgoed het Haagse Bos gaat over in het landgoed de Snippert. De eyecatcher van de Snippert is de boerderij ‘De Judithhoeve’. Deze is genoemd naar de kleindochter van Albert Jan Blijdenstein (1929-1896), textielfabrikant en voormalig eigenaar van de Snippert en medeoprichter van de Heidemaatschappij. In de boerderij is nu een landgoedboerderij gevestigd, u kunt erf en stallen bezoeken, tevens is er een theetuin en een pluktuin.


Na dit landgoed volgen we een kilometer of 18 via de bossen van het Oldenzaalse Veen een rood/witte route richting Glanerbrug en daarna naar het Aamsveen. Landgoederen komen we niet meer tegen aan de noordzijde van Enschede. We wandelen verder oostelijk en steken zelfs even de Duitse grens over en komen bij Glanerbrug Nederland weer binnen. De rood/witte route die we volgen is het Noaberpad, een grenspad dat loopt van Bad Nieuweschans in Noord Groningen naar Kleve, vlak bij de Rijn.


Onderweg kun je regelmatig wild tegenkomen vooral als je vroeg in de ochtend of in de late namiddag/avond bent. Dit reebokje fotografeerde ik vlakbij het landgoed Hooge Boekel ’s ochtends om 6.30 uur.


Het Aamsveen is een hoogveengebied dat deels in Nederland en deels in Duitsland ligt. Vroeger werd hier door de boeren hoogveen gestoken. Het landschap Overijssel is beheerder van het veen en streeft naar herstel van het hoogveen. Je treft er veel berken, varens, heide en plassen aan. Waarschuwing: dit gebied is zeer nat. Goede schoenen of laarzen zijn aanbevolen.


Vanuit het Aamsveen wandelen we richting de wijk Stroinkslanden om terecht te komen op de landgoederen Stroink en Smalenbroek en ’t Spik. Landgoed Stroink doet parkachtig aan met haar paden en lanen en een gevarieerde natuur. Zo wandel je langs bosranden, houtwallen, een beek en weidelanden. De weilanden worden bloemrijke velden waar je in het voorjaar kunt genieten van prachtige kleuren en geuren. Landgoed Smalenbroek bestaat al eeuwen, in de 14e eeuw wordt het landgoed al genoemd in documenten. Eind 1800 kwam het samen met ’t Spik in handen van de familie Ter Kuile wederom een textielfabrikant. En nog steeds is de villa op Smalenbroek in bezit van de familie. Bijzondere planten als bosanemoon en klaverzuring groeien hier weelderig door de rijke mineraalgrond. En ook de beuk en hazelaar doen het hier goed.


Prachtige herfsttooi op het landgoed Smalenbroek nabij de villa van de familie Stroink.


Met een grote bocht wandelen we richting het Landgoed Groot Brunink met bossen, houtwallen, afgewisseld met wei- en bouwlanden. De Bruninksbeek die ten zuidwesten van de es loopt geeft iets karakteristieks aan het landgoed. Het oorspronkelijk omgracht erf Hof te Brunink is nog aanwezig en is een beschermd monument. Het is een landgoed met een lange historie die teruggaat naar 1341. Op de boerderij werd recht gesproken voor de marke Usselo en er werden belastingen geïnd. In de 19e eeuw komt het landgoed net als veel andere landgoederen in handen van textielfabrikanten. Op de foto ziet u een schuur met typisch Oostnederlandse niendeuren (inheemser kan het niet) die geflankeerd wordt door 2 zeer uitheemse Apenbomen. Een bijzonder gezicht.


De wandeling leidt ons nu langs de rand van de wijk Helmerhoek richting de recreatieplas Het Rutbeek waar we omheen wandelen.Het Rutbeek is ontstaan door zandafgraving. In 1977 werd gestart met de aanleg, in 1978 werd het eerste gedeelte voor het publiek opengesteld, en in 1982 werd het gebied voltooid.Het gebied, met een totale oppervlakte van 120 ha, is gelegen om een grote recreatieplas met grillige vorm en een oppervlakte van veertig hectare. De waterdiepte is gemiddeld 3, en maximaal 5 meter. Het Rutbeek bestaat uit een moeras en vijf verschillende stranden.


Door de bosrijke omgeving wandelen we naar het opengestelde deel van het landgoed Zonnebeek. We gaan over een heideveld en daarna het bos in. Als we het bos uit komen zien we recht voor ons huize Zonnebeek, gelegen in een parkachtige omgeving aangelegd door…wederom landschapsarchitect Wattez en zonen.Het huis werd tussen 1906 en 1907 gebouwd voor J.B. van Heek en diens Amerikaanse echtgenote Edwina van Heek Het symmetrische neoclassicistische pand onder een schilddak zou ontworpen zijn naar voorbeeld van een landhuis in Nashville (in de staat Tennessee in de Verenigde Staten van Amerika). Het huis heeft een middenrisaliet met een balkon gedragen door zuilen dat erg lijkt op Amerikaanse planterswoningen. Verder staan op het terrein een koetshuis annex dienstwoning en logeerhuis uit 1906 en een theekoepel. Het landgoed wordt tegenwoordig beheerd door de stichting ‘Edwina van Heek’.


Nu ik er zo dicht bij ben kan ik het niet laten om even het Buurserzand in te lopen. Een prachtig natuurgebied zoals de foto wel laat zien.Het grootste deel van het Buurserzand bestaat uit droge heide op oud stuifzand met struikhei en stekelbrem. Op diverse plekken komen voedselarme vennetjes voor, onder meer het Buursermeertje waar massaal Beenbreek groeit naast vochtige heiden met vooral dophei. In en om de plassen vindt men zonnedauw en blaasjeskruid. Verspreid door de heide en in grote struwelen vindt men de jeneverbes.


Het is een aardig stukje lopen om bij het volgende landgoed nabij Boekelo te komen. We passeren weer een uitvalsweg van Enschede, de Haaksbergerstraat. Direct na de Haaksbergerstraat slaan we rechtsaf en komen dan op een fietspad dat deels door weilanden en deels door bos gaat.


In Boekelo vinden we het landgoed Ter Weele, ontwikkelt vanaf 1906 tot 1916 in opdracht van wederom een telg uit het geslacht van de textielbaronnen. De opdrachtgever was W.H.van Heek-Jannink eigenaar van een textielfabriek met eigen Blekerij in Boekelo. Later werd dit een textielveredelingsbedrijf. De landschapsarchitect was wederom Wattez, in dit geval zoon Pieter. Het rondje over dit landgoed is bijzonder fraai mede door de fraaie heggen en de oude bomen.


Via de oude spoorlijn van Haaksbergen naar Boekelo (nog in bedrijf zijnde als een toeristisch spoor) wandelen we het laatste dorp voor het eindpunt in: Boekelo. Nog 1 keer gelegenheid voor horeca nabij het toeristische stationnetje van Boekelo. Boekelo en omgeving staan bekend om de zoutwinning. Het gebied waar we straks doorkomen, Twekkelo, staat vol met zouthuisjes.


De buurtschap Twekkelo is een buurtschap die zich door de jaren heen moest verdedigen tegen oprukkende industrie enerzijds en oprukkende wegen anderzijds. Dat deed men o.a. door het toeristisch ontsluiten van het kleinschalige landschap via het aanleggen van wandelpaden, hier zogenaamd Stiewelpaden genoemd (Stiewel is Twents voor laars). Boeren stonden randen van weilanden af om mooie struinpaden aan te leggen. In het buurschap vinden we het laatste landgoed van deze rondgang, het Stroot bestaande uit een monumentaal Landhuis,ontstaan voor 1865. Het landgoed kent een koetshuis met inpandige koetsierswoning (ca. 1917) en een boerderij. Van Heek kocht het landgoed in 1865 van zijn oom en tante Roessingh Udink-van Heek die het in 1819 hadden verworven. Aanvankelijk stond op Het Stroot een eenvoudig semi-permanent onderkomen, waarschijnlijk een koepel. In 1884 is de koepel vergroot tot een zomerhuis in eclectische trant. Daarna is het nog diverse keren verbouwd.


Als we de buurtschap Twekkelo door zijn steken we via de fietsbrug het Twentekanaal over en slaan direct rechtsaf richting station Drienerlo. Eindpunt van deze wandeltocht. Ik hoop dat ik met deze rondgang heb kunnen aantonen dat mede door het textielverleden Enschede een prachtige groene omgeving heeft, een fraaie omgeving om te fietsen en wandelen.

Comments are closed.