Aosta Alte Vie 1 Italië

In augustus 2012 liepen we een deel van de Alte Vie 1 te weten van Gressoney Saint-Jean naar Refugio Cuney. Een prachtige 6-daagse route over berg en dal met steeds de besneeuwde toppen van 4000-ers van de Alpen in zicht. Een gevarieerde route die je naar redelijk hoge pasovergangen van rond de 2700 meter brengt om vervolgens weer af te dalen tot beneden de boomgrens op ongeveer 1500 meter. Ideale weersonstandigheden aan de zuidkant van de Alpen, meestal half bewolkt, dus met behoorlijk wat zon en totaal geen regen.



De bewegwijzering van de Alte Vie is uitstekend. Een gele driehoek met een 1 in het midden. Via internet had ik een werkelijk uitstekende PDF gedownload waarop de etappes op kaarten prima stonden aangegeven alsmede allerlei informatie over overnachtingen. Zeer nuttig en de moeite waard om te downloaden. Vanzelfsprekend is een wandelkaart b.v. 1.50.000 wel wenselijk daarbij. Wij hebben deze kaart maar enkele keren nodig gehad b.v. toen we door de zeer dichte mist/wolken van de route waren afgeraakt. Op dat moment heb je de kaart dan ook echt nodig. Ga dus niet zonder een goede kaart op stap ook al heb je mooie etappekaartjes.


Aangekomen in Gressoney-Saint-Jean kamperen we de eerste nacht op een camping. Een werkelijk overvolle gezinscamping grotendeels met vaste plaatsen maar dan zo dicht op elkaar dat de ruimte om je caravan niet meer is dan een smalle doorgang van 2 meter. Gelukkig staan we hier maar voor 1 nacht en kunnen daarna de rust in de bergen opzoeken met overnachtingen in berghutten.


Vanuit Gressoney gaat het meteen pittig bergopwaarts van 1417 naar 2777 meter naar de Col Pinter. Na een uurtje bereiken we Alpenzu (op de foto het kapelletje van Alpenzu met in het dal Gressoney) een zeer kleine nederzetting met een berghut, natuurlijk een goede gelegenheid om de eerste Italiaanse expresso te nemen. Heerlijk rustig buiten de hut op een bankje met fraai uitzicht… we zijn weer in de bergen!


Na Alpenzu lopen we eerst nog door de weilanden omhoog tussen de koeien door. De koeienbellen klinken alom, zo nu en dan snuffelt een koe aan je rugzak als je haar passeert. De bellen zijn een vertrouwd geluid in de Alpen. Mooi te zien op deze foto is een boer die gemoedelijk tegen een koe aanleunend uit zit te kijken over het landschap.
Boven de 2000 meter wordt het landschap langzaam kaler, we zitten boven de boomgrens.


Na 1300 hoogtemeters bereiken we de col Pinter op 2777 meter hoog. Voor mezelf waren de laatste 400 meter omhoog een marteling want ik had de fout gemaakt om 2 dagen daarvoor in Nederland een halve liter bloed te geven en dat wraakte zich verschrikkelijk. Kreeg de benen bijna niet vooruit. Gelukkig was dat na deze klim weer over. De rest van de week geen last meer van gehad.


Alhoewel het nog maar augustus is zie je langzaam het pallet van najaarskleuren voor je ogen verschijnen. Er bloeien gelukkig nog voldoende bloemen maar de zweem van herst is al aanwezig


Onze eerste overnachting is de hut View Crest. We zijn na de stijging naar de Col Pinter dan al weer afgedaald tot onder de boomgrens op 1935 meter. Je verwacht een berghut en hebt daar een beeld bij, maar deze hut ligt in het dorpje Crest en lijkt meer een hotel. De buitenkant en het dagverblijf lijkt inderdaad wel een gezellige hut en is dat ook maar de luxe kamer compleet met natte cel had ik niet verwacht, alhoewel ik als ik ’s avonds m’n bed in duik wel ontdek dat recht boven me een ingeklapt tweede stapelbed hangt. Toch wel een vierpersoons kamer.


Op weg naar Refugio Grand Tourmalin blijven we eerst een tijdlang beneden de boomgrens wandelen. Prachtige uitzichten met besneeuwde toppen op de achtergrond. Ik houd er toch ook wel van om door lagere delen te wandelen. De variatie op deze tocht is erg groot. Feitelijk doe je constant niet anders dan bergje op, bergje af en dat tussen de 1500 en 2800 meter. De variatie in landschap is dus groot. Dan weer wandel je boven de boomgrens in kale delen en dan weer is het een fraaie boswandeling met de nodige doorkijkjes.


Diverse prachtige bergstroompjes met gele bloemen, het stromende water samen met koeiebellen en de piepende murmeltiere zijn de vertrouwde geluiden die je altijd in de Alpen kunt opvangen. Verder alleen rust en stlte om je heen.


Uiteindelijk maken we ook die tweede dag toch wel weer 900 hoogtemeters want nadat we eerst via 2080 tot ongeveer 1700 meter gedaald zijn gaan we weer omhoog naar de Grand Tourmalin op 2535. Onderweg een fraaie gelegde “trap” van keien vlak voor een topje met aan weerszijden weer diezelfde mooie gele bloemen


Grand Tournalin op 2535 meter hoogte is een redelijk grote hut zo’n 200 meter onder de Col Di Nannaz. Die col moet nog even wachten tot de volgende ochtend. De stijging vanuit het dorpje St. Jaques is heel geleidelijk. Deze hut kent ook veel dagjesmensen, opvallend is dat dit eigenlijk bij de meeste hutten zo is tijdens deze tocht. Ben ik in Zwitserland en Oostenrijk niet zo gewend


De volgende ochtend zijn we al snel op de Col di Nannaz en even daarachter de tweede Col des Fontaimes en kunnen we aan de fraaie afdaling naar Crétaz (Valtourneneche) beginnen. Het wordt een mooie dag waarbij we deels door de hoge groene weiden lopen, een beetje met de fraaie beekjes mee naar beneden wandelen en na het dorpje Cheneil nog 600 meter door de bossen afdalen.


Feestdag in Valtournenche met een heuze optocht. Op de foto de plaatselijke gidsenvereniging in traditioneel kostuum.


Voor de volgende dag hebben we maar 700 klimmeters in gedachten. Een rustige wandeling naar boven dus en dan relaxen aan het stuwmeer. Na de middag ga ik dan toch weer even op stap naar het kleine kerkje dat aan het andere einde van het stuwmeer gebouw is.


Het kerkje is een meditatieplek. Het ligt er ook wel heel mooi, echt een plekje om je terug te trekken. Het is op 19 juli 2000 ingezegend door paus Giovanni Paolo II aldus een informatiebordje ter plekke. Op de foto het enige beeldje dat de buitenkant van het kerkje siert.


Dag 5 wordt van alle kanten een bijzondere dag. Het is behoorlijk bewolkt, soms loop je daar helemaal vrij van maar soms wandel je door een dikke mist. Op 15 meter afstand zie je elkaar dan ook al niet meer. Doordat we één teken verkeerd interpreteren raken we van de route af. Het wordt dan echt zoeken. Een uurtje later vinden we een teken van een andere route. Op onze wandelkaart kijkend blijken we dus fout te zitten. Omgekeerd en terug naar het uitgangspunt. Als we daar vlak bij zijn trekt de bewolking opeens op en zien we duidelijk wat we fout deden. Was dus niet gebeurd als we goed zicht gehad hadden.


Maar daar blijft het niet bij. We klimmen omhoog naar 2736 meter en passeren als eerste col de Fenétre de Tsan. Bergopwaarts valt het nog wel mee maar na de pas volgt een steile afdaling van 200 meter door zeer fijn gruis om vervolgens nog een keer omhoog te gaan, nu naar 2775 meter (col Terray) met weer zo’n daling gevolgd door een hoogtewandeling naar de refuge Cuney. Ik heb het niet zo op dit soort pasoversteken en mijn wandelmaat is ook niet zo bedreven in dit soort afdalingen en heeft het zeer moeilijk in combinatie met toch wel een stukje hoogtevrees. Het wordt dan ook een lange dag maar uiteindelijk weten we de refuge Cuney te bereiken. Trots natuurlijk op de prestatie!


Refuge Cuney is onze laatste hut. De volgende dag zullen we afdalen en met het openbaar vervoer teruggaan naar Gressoney Saint Jean waar onze auto staat. De hut ligt op 2652 meter hoogte en kent een zeer fraai uitzicht. We zitten na onze inspanning dan ook met een heerlijke fles bier te genieten van de fraaie uitzichten. Een paar van fraaie foto’s daarvan treft u hieronder. Weer een mooie huttentocht zit er op.




One Response to Aosta Alte Vie 1 Italië

  1. llgfgkvign says:

    Hello there, I discovered your website by way of Google while looking for a related topic, your website got here up, it looks good. I have bookmarked it in my google bookmarks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *